Ghana 

De officiële naam van Ghana is Republic of Ghana. Het land ligt aan de westkust van Afrika net ten noorden van de evenaar aan de baai van Guinee. Deze kustlijn ten zuiden van Ghana is 539 km lang. De totale oppervlakte van het land is 238 537 km². Ghana grenst ten westen aan de Ivoorkust, ten noorden aan Burkina Faso en oostelijk aan Togo. Het land bestaat voornamelijk uit laagvlakte, met een plateau in het midden-zuiden. De hoogste berg is 880 meter hoog. Het Voltameer in het oosten is een enorm langgerekt meer met de vorm van een inlandse delta. Het meer is ontstaan als gevolg van de aanleg van een stuwdam in de Voltarivier en is het grootste kunstmatige meer van de wereld. De hoofdstad is Accra met ongeveer 1,9 miljoen inwoners. Ghana is onderverdeeld in 10 regio's: Ashanti, Brong-Ahafo, Central, Eastern, Greater Accra, Northern, Upper East, Upper West, Volta (regio) en Western (regio).

Economie

Volgens het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties leeft in Ghana 28,5% van de bevolking onder de armoedegrens. Duizenden mensen beschikken niet over schoon en veilig drinkwater.

 

Ghana behoort tot een van de armste landen ter wereld. Meer dan de helft van de bevolking leeft van de landbouw en verbouwt maïs, cassave. In het noorden yams en vooral granen zoals millet, sorghum en verder wat fruit en groenten. Goud is naast cacao en tropisch hardhout het belangrijkste export product. Economische factoren/ schulden problematiek. De economie is deels afhankelijk van de landbouw waardoor deze zeer gevoelig is voor droogten, plagen en internationale prijsfluctuaties. Ghana kampt eveneens met energietekorten, wat in 1998 nog tot een acute crisis leidde, als gevolg waarvan zowel industrieën als huishoudens op rantsoen gezet werden. 


In 1999 en 2000 zorgden sterk gedaalde wereldmarktprijzen voor cacao en goud voor tegenvallende overheidsinkomsten. Daarnaast hadden de gestegen prijzen van olie-importen een forse stijging van de overheidsuitgaven tot gevolg. Deze combinatie van factoren leidde tot een sterk verslechterde betalingsbalans in 2000. De slechte economische situatie duurde voort tot in 2001. De regering van Kufuor heeft hierdoor een aantal onpopulaire maatregelen moeten treffen om lang uitgestelde, maar nodige, prijsverhogingen door te kunnen voeren. Zo zijn bijvoorbeeld de brandstofprijzen fors verhoogd. De prijs van benzine is in 2001 met 60% gestegen. Ghana heeft begin 2001 besloten zich aan te sluiten bij het HIPC-initiatief (ministerie van buitenlandse zaken, 2005). Dit initiatief richt zich op het kwijtschelden van buitenlandse schulden. Het land erkent dan dat zij haar schuldenlast niet meer kan terugbetalen. 

De totale buitenlandse schuld bedroeg eind 2000 US$ 3,8 miljard dat wil zeggen 77% van het BNP, 152% van de exportinkomsten en 557% van de overheidsinkomsten. Naar verwachting zal Ghana’s deelname aan het HIPC initiatief leiden tot een totale schuldverlichting van US$ 2,1 miljard. Voordeel van de HIPC-verklaring is, dat aflossing en rentelasten minder worden. Nadeel is een sterk afgenomen vertrouwen in het land door financiers zoals de Wereldbank, het IMF en donorlanden. Natuurlijk is dit geen plotse ontwikkeling, maar een erfenis uit het verleden, maar het krenkt veel Ghanezen in hun trots en vertrouwen in de economie.

Bevolking

Ghana heeft meer dan 100 etnische groepen. Elk met hun eigen cultuur en vaak hun eigen taal. In de dorpen bepalen traditionele gezagdragers, de z.g. Chiefs, in grote mate de gang van zaken. Godsdienst speelt een grote rol in het dagelijks leven van de Ghanees. Meer dan zestig procent is Christelijk. Vijftien procent is Islamitisch, met name woonachting in het Noorden. De rest van de bevolking hangt een van de traditionele animistische godsdiensten aan..

 

De Fanti

De Fanti wonen in het midden van Ghana en zijn dol op spinazie. Hun stam is er zelfs naar vernoemd! ‘Fan’ betekent ‘spinazie’ en ‘ti’ wil zeggen plukken. Bij ons wordt spinazie dusdanig klaargemaakt, dat ze dezelfde dag nog moet worden opgegeten. Maar iedere Fanti weet dat, wanneer je deze groente door en door kookt in palmolie of een andere plantaardige olie, de groente minstens drie dagen lang vers en smakelijk blijft en zijn voedingswaarde niet verliest. Zelfs zonder koelkast!Het gerecht moet dan om te beginnen goed zijn doorgekookt. Daarna moet je het met bepaalde tussenpozen opnieuw koken. Zo kan de groente niet bederven. Aldus de Fanti, de specialisten onder de spinazieeters.

De Ashanti

De Ashanti behoren tot de Akan, de grootste bevolkingsgroep van het land. Ongeveer de helft van alle Ghanezen hoort tot die groep. De Akan emigreerden in de 15e eeuw vanuit het noorden naar het tegenwoordige Ghana.Osei Tutu wordt beschouwd als de stichter van het grote Ashanti-rijk. Tijdens zijn regeringsperiode van 1695tot 1731, overwon hij diverse naburige stammen. Al lang voor de Europeanen zich de goudhandel hadden toegeëigend, brachten Arabieren het Ashanti-goud via Timbuktu en Agades naar de kusten van de Middellandse Zee. Tot het begin van de 20e eeuw was stofgoud het gangbare betaalmiddel van de Ashanti: 2 gram voor een kip, 1 pond voor een koe. Het werd gewogen met sierlijk bewerkte koperen gewichtjes. Deze beeldjes – juweeltjes van vakmanschap – kunnen van alles voorstellen: het dagelijkse leven bijvoorbeeld het hof van de koning, muzikanten en dieren. Hoe weeg je echter stofgoud zonder in een wereld van voortdurende achterdocht terecht te komen? Daarvoor nodig: gewichtjes om min of meer zuiver te kunnen meten en een soort ‘centraal gezag’ dat toezicht houdt. In het Ashantirijk was het gezag voorhanden; de goudgewichtjes ontwikkelden zich, meer dan ergens anders in de wereld, tot een ambachtelijke kunstvorm. De gewichtjes zelf zijn niet van goud maar van brons. Vanaf ongeveer 1400 zijn ze bekend. De eerste eeuwen zijn het nog puur geometrische vormen. Heel mooi zijn de beeldjes die spreekwoorden uitbeelden en langzaam ontstaat de overgang naar afbeeldingen, in het bijzonder van dieren. Daarbij gaat het niet alleen om het beest, maar om het spreekwoord waarin een dier voorkomt. Olifant: ‘Wie achter olifanten loopt, wordt niet nat van de dauw van het gras’. Giraf: 'Regen maakt zijn vlekken nat, zij verdwijnen niet'. Vanaf het moment dat de Engelsen, opvolgers van de koloniale Nederlanders, het gebruik van bankbiljetten verplicht stelden, kregen de gewichtjes meer het karakter van verzamelobjecten voor koningen en stamhoofden.

De Gouden Stoel

Volgens de overlevering kreeg de priester Komfo vanuit de hemel een gouden stoel cadeau. Die werd het symbool van de eenheid en voorouderverering. Dat laatste is heel belangrijk. De koning, de Asantehene, vertegenwoordigt de voorvaderen en beheert hun land. In 1900 eisten de Engelsen de stoel op. Ze hadden geen idee dat het hier niet zo maar om een koninklijk meubelstuk ging, maar dat het een religieus symbool was, waarop zelfs de koning niet mag zitten. Een opstand was dan ook het antwoord op de Engelse eis.Veel van de oude gebruiken worden nog steeds in ere gehouden. Ook al worden veel hoogwaardigheidsbekleders tegenwoordig per auto naar de plechtigheden gereden en heeft ook de kleuren-tv zijn intrede gedaan.Van de gouden sieraden van de Ashanti is niet veel bewaard gebleven. Het meeste werd gestolen, omgesmolten of verkocht en overal ter wereld verspreid. Van andere kunstschatten – voor zover ze tenminste nog bestaan – is meer in Europese musea te zien dan in het kleine, met veel toewijding en weinig middelen in stand gehouden museum in Kumasi.

Klimaat

Globaal is het land in twee hoofdzones te verdelen. In het noorden vindt men de droge savanne bossen, die bestaan uit droog grasland en minder dichte en lage bossen. In het zuiden vindt men de vochtige en tropische wouden. Van oorsprong was het zuiden begroeid met tropisch regenwoud. Inmiddels is hier veel van gekapt. Het klimaat is tropisch. Overdag schommelen de temperaturen van 27 en 43 graden Celsius. Het noorden is warmer dan het zuiden. De luchtvochtigheid is in het noorden echter lager wat de temperatuur wat meer dragelijk maakt. Het klimaat kent verder twee seizoenen. Het regenseizoen begint in mei en duurt tot ongeveer oktober. Het andere deel van het jaar (november tot en met april) wordt het droge seizoen genoemd. In het noorden valt in deze periode geheel geen regen. In het zuiden kan onder invloed van de oceaan wel eens een regenbui vallen in het droge seizoen. Voor het noorden geld tevens dat zij rond november tot en met februari te maken krijgen met de Harmattan. Dit is een stoffige, droge wind die vanuit de Sahara overwaait. Deze zorgt ervoor dat het overdag in deze periode in het noorden extra droog, warm en stoffig is. ’s Nachts dalen de temperaturen door de Harmattan tot even beneden de 20 graden.